Tweehonderdvijftig excellente studenten van de Rijksuniversiteit in Groningen zijn in april 2010 begonnen met het Honours College. Zij zijn na een intensieve selectieprocedure toegelaten om extra vakken te volgen naast hun reguliere bachelorprogramma. Jenneke Bosch-Boesjes, decaan van het Honours College, vindt dat iedere student onderwijs op maat verdient. Lees verder
(Opinie RUG) Prof. dr. H.B.M. Wijfjes: ‘Verschraling van Nederlandse cultuur door bezuinigingen op publieke omroep’
Mocht er een kabinet van VVD, CDA en PVV komen, dan staat niet alleen de publieke omroep opscherp, maar wordt ook de Nederlandse cultuur ernstig bedreigd. Die mening is mediahistoricus Huub Wijfjes toegedaan: ‘Hilversum verwacht guur weer als de rechtse politiek het kabinet gaat vormen. VVD en PVV focussen alleen op de kosten van de publieke omroep, maar ze kijken niet naar de immateriële opbrengsten van deze voorzieningen, en die zijn zeer groot’.
Lees verder
Heropvoeding door groep heeft voorkeur bij wangedrag groepsleden
Als groepsleden afwijkend gedrag vertonen, beïnvloedt dat de identiteit van de groep als geheel en is daarom niet gewenst. Voor een positieve eigenwaarde is het immers van belang dat de groep in een goed daglicht staat, terwijl agressief gedrag daaraan juist afbreuk doet. In plaats van het betreffende lid te weren, zorgt de groep er liever voor dat het gedrag wordt aangepast, zodat zij intact kan blijven. Dat blijkt uit het onderzoek van sociaal psycholoog Margriet Braun, die onderzocht welke factoren van invloed zijn op de reactievorming op afwijkend gedrag. Zij promoveert op 21 juni 2010 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Lees verder
I kiss better than I cook
As lyts famke hie ik al in hekel oan kettingbrieven. De wrâld soe fergean at ik it sels mar yn myn harsens doarde te heljen om dy hillige brief, dy’t al ieuwenlang troch de wrâld doalde, te ferbrekken. At de diken it net langer holden en dêrby hiel Fryslân fan de kaart fuortspile soe, dan wie dat de skuld fan Froukje-Gepke-Sijtsma-personally!! Ik hie dy kettingbrieven, ynklusyf stikkers, sokken of seksy slipkes trochstjoere moatten. Minsken soenen my oanwize as de oarsaak fan skriemend oestrogeen dat inkeld noch mar depressyf Merci-reepkes nei binnen skowe koe, om harren fertriet en teloarstelling fan in lege brievebus fuort te fretten. Twa dagen lang siet ik mei de hannen yn it hier. Ik woe dy skat fan in Jelma net sear dwaan troch te sizzen dat se better mar in Allerhande by de Albert Heijn ophelje koe. At sy in resept krijt fan it iten dat ik jûns foar mysels op tafel set, dan kin se better fuort mar nei dy Merci-reepkes gripe. Ik bin gjin grut gastronomysk talint. It haw dat tink ek net fan in frjemde: de rook fan oanbaarnde ierappels ferbyn ik ûnferjitlik mei myn bernetiid. It blikje wite beannen yn tomatesaus dat ik ris op in brakke sneintejûn útleppele haw, jildt ek net as in kulinêr hichtepunt. Ik wol de FYK-ers dan ek oproppe my ris by harren thús út te noegjen om gesellich te kôkjen. Wa wit wurdt it noch wolris wat mei my efter it gasstel en kin ik Jelma har langferwachte resept tastjoere!
('Fan 'e foarsitter', yn: FYK-Ljepper, april 2010)
Fedde Schurer: een doorbraakfiguur
Fedde Schurer (1898-1968) schreef geschiedenis als onderwijzer, politicus, dichter en hoofdredacteur van de Friese Koerier. Hij maakte landelijk naam binnen de PvdA en streed voor de gelijkberechtiging van de Friese taal. De veelzijdige Schurer is daarom te beschouwen als één van de meest charismatische leiders die de Friese beweging heeft gekend. Dat concludeert Johanneke Liemburg in haar biografie over Fedde Schurer. Liemburg promoveert 25 maart 2010 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Volgens Liemburg was Fedde Schurer een markant persoon die veel maatschappelijke discussies heeft aangezwengeld. Liemburg nam het gehele archief van Schurer onder de loep en verdiepte zich in de memoires van mensen die hem nog persoonlijk hebben gekend.
Scheiding religie en politiek
Schurer was onderwijzer op een gereformeerde school in Lemmer. In 1929 werd hij actief voor de Christelijk-Democratische Unie. De antimilitaristische opvattingen van de CDU strookten volgens het schoolbestuur en de kerkenraad niet met de bijbel. Schurer wilde echter geen afstand doen van het pacifisme. Hij kreeg ontslag en verliet de gereformeerde kerk. Dit conflict kreeg landelijke aandacht. ‘Voor maatschappelijke vooruitgang was het volgens Schurer nodig om religie en politiek van elkaar los te koppelen’, aldus Liemburg. ‘Je geloof moest niet je politieke voorkeur bepalen.’ Bij de oprichting van de PvdA werd hij meteen lid. Van 1956-1963 zette Schurer zich als Tweede Kamerlid in voor ‘de doorbraak’. Hij onderscheidde zich opnieuw met een pacifistisch minderheidsstandpunt.
Aandeel in Kneppelfreed overschat
In de jaren vijftig kon het Fries in veel officiële domeinen worden gebruikt, maar tot grote ergernis van Schurer niet in de rechtbank. Hij schreef een provocerend artikel over de ‘kinderachtige, beledigende en treiterende rechter’ die deed alsof hij het Fries niet verstond. Schurer moest daarop voorkomen. De rechtzaal bleek te klein voor het publiek en een knokpartij tussen burgers en politie was het gevolg. De Friese kwestie werd in de ministerraad besproken en leverde uiteindelijk meer rechten op voor het Fries. Liemburg: ‘Het succes van Kneppelfreed (Knuppelvrijdag) wordt vaak aan Schurer toegeschreven. Die gebeurtenis is hem echter overkomen, maar hij heeft hem maximaal benut. Niet zozeer door Schurers optreden, maar door gewelddadige politiemannen is de situatie in 1951 geëscaleerd.’
Taalstrijd
Schurer heeft zijn leven lang gestreden voor gelijkberechtiging van de Friese taal. Hij vertaalde in de oorlog alle psalmen in het Fries om de taal ook in de kerk een gelijkwaardige plaats te kunnen geven. Liemburg: ‘Na de Tweede Wereldoorlog waren er voldoende rechten voor de Friese taal vastgelegd waarop men zich kon beroepen. Het fundament was gelegd. Schurer vond dat de Friezen nu zelf voor de bouwwerken moesten zorgen. Hij schreef in 1946 het artikel ‘De bining forbritsen’ (‘De binding verbroken’). Hij vond het tijd dat het Fries zich los van de Friese beweging verder ging ontwikkelen.’ Volgens Liemburg toonden de Friezen na de oorlog veel interesse in de eigen regio en taal, maar was dat slechts een tijdelijke tendens.
Dichter met charisma
Fedde Schurer was een veelzijdige en charismatische man. Toch ziet Liemburg hem vooral als dichter. ‘Hij bezat het talent om de schoonheid van de Friese taal op een prachtige en lenige manier te verwoorden. Zijn verzen worden tot op de dag van vandaag voorgedragen. Ook vertalingen van zijn hand zijn van goede kwaliteit.’ Schurer wilde laten zien dat er in Friesland een serieuze literatuur bestond, gelijkwaardig aan de Nederlandse.|
Curriculum vitae
Johanneke Liemburg (Terwispel, 1952) studeerde politieke wetenschappen aan de UvA. Ze promoveert aan de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen. Promotor is prof.dr. Y. Kuiper. De titel van het proefschrift luidt: Fedde Schurer (1898-1968). Biografie van een Friese koerier. Een handelseditie verschijnt 25 maart bij de Friese Pers Boekerij te Leeuwarden (ISBN 9789033008689). Liemburg is burgemeester van de gemeente Littenseradiel.
Gepubliceerd op website Rijksuniversiteit Groningen
Rol ouders belangrijk bij probleemgedrag jongeren
Een aanzienlijk deel van de Nederlandse jongeren ontwikkelt probleemgedrag in de adolescentiefase. Het karakter, de gezinssituatie en de relatie met leeftijdsgenoten kunnen de ontwikkeling van agressief gedrag of depressieve gevoelens beïnvloeden. Orthopedagoge Miranda Sentse onderzocht de invloed van de sociale omgeving op probleemgedrag. Het blijkt dat ouders een belangrijke rol hebben bij het al dan niet ontwikkelen van probleemgedrag. Sentse promoveert 4 maart 2010 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Sentse gebruikte gegevens van ruim tweeduizend jongens en meisjes tussen de tien en vijftien jaar. Niet ieder kwetsbaar kind ontwikkelt probleemgedrag. Sentse ontdekte welke factoren risicoverhogend werken. “De resultaten van mijn onderzoek zijn dan ook van belang voor hulpverleners die zich bezig houden met het opstellen van specifieke oudertrainingen of met het schrijven van schoolbeleid voor jongeren met probleemgedrag.â€
Afwijzing ouders
De gezinssituatie blijkt een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van probleemgedrag bij jongeren. Sentse: “Een kind dat vaak in conflictsituaties belandt, heeft een grotere kans op het ontwikkelen van antisociaal gedrag. Wanneer ouders warmte en steun geven aan hun kind dat met frustraties kampt verkleint dat het risico op probleemgedrag. Een afwijzende en kille houding daarentegen vergroot de kans op antisociaal gedrag aanzienlijk.â€
Drang naar autonomie
Kinderen in de adolescentiefase willen graag bij de groep horen en hebben een groot verlangen naar zelfstandigheid. Jongeren met antisociale vrienden gaan vaak zelf ook probleemgedrag vertonen. Sentse concludeert dat jongeren die dan ook nog eens niet onder streng ouderlijk toezicht staan een grotere kans hebben op het ontwikkelen van antisociaal gedrag. Sentse: “Teveel controle kan echter eveneens averechts werken. Dat geldt vooral voor jongens en voor jongeren die op hun leeftijdsgenoten voorlopen in hun biologische ontwikkeling. De drang naar autonomie is bij die groep een stuk groter.â€
Acceptatie leeftijdsgnoten
Jongeren zijn niet alleen gevoelig voor de waardering van hun ouders, maar willen ook geaccepteerd worden door hun leeftijdsgenoten. Sentse boog zich over het vraagstuk welke sociale context de grootste rol speelt in de adolescentie. “Ik wilde weten of afwijzing van de ouders bijvoorbeeld gecompenseerd kon worden door acceptatie van leeftijdsgenoten. Naar voren kwam dat jongeren, vooral meisjes, meer gedragsproblemen vertonen wanneer de relatie met hun ouders slecht is. Het risico daarop wordt echter verminderd wanneer zij een goede relatie onderhouden met leeftijdsgenoten. Andersom gaat die redenering echter niet op: ouders kunnen met hun acceptatie en steun niet de afwijzing van leeftijdsgenoten compenseren.â€
Curriculum Vitae
Miranda Sentse (Harderwijk, 1982) studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit en deed haar promotieonderzoek bij de afdeling Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en het ICS (Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology). Het onderzoek werd gefinancierd door NWO. Ze promoveert bij prof.dr. S. Lindenberg en dr. R. Veenstra. De titel van haar proefschrift luidt: Bridging contexts. The interplay between family, child, and peers in explaining problem behavior in early adolescence. Sentse werkt nu als postdoc-onderzoeker bij de afdeling Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Gepubliceerd op website Rijksuniversiteit Groningen
Eén blogje, speciaal voor Willem
Wat koningin Beatrix betreft is het beter als Willem en ik helemaal geen contact meer onderhouden. Onze vriendschap begon een aantal jaren geleden op virtuele wijze en die wordt tot op heden eigenlijk ook vooral op die manier voortgezet. Het begon ooit op een forum, niet ééntje waarop ik als wanhopige geit op zoek ging naar een geschikte lover (Och liebe Gott, dat die levensfase mij in de toekomst toch alstublieft bespaard mag worden, om Jezus’ wil amen), maar een forum waarop ik als Rebellse eerstejaars in dr laatste puberjaar tegen heilige huisjes schopte. En toen was hij daar, met een buitengewoon interessante alias. Iemand die graag nog wat extra olie op het vuur gooide. Vele interessante discussies en mooie anekdotes volgden, maar daar heeft Willem (sorry, zijn alias blijft geheim) tegenwoordig geen tijd meer voor. Onlangs werd mijn mailbox weer verrast met een mailtje van hem:
…. ‘t Hûs is fier fan ôfklusd, giet noch ‘n jier of 15 duren tink ‘k. Niet dat dat erg is
‘n Feest halde sil noch wol slachje, ‘t plannen derfan slachet oant no ta wat minder.. Dyn bachelorfeest soe dochs ek yn september plakfine..? Hoe’st fierder mei dy? Kaffee und Kuche zou niet onaardig zijn om bijgepraat te worden, agenda is echter wat vol aan ‘t lopen richting eind van ‘t jaar. Kun je niet weer een blog gaan bijhouden zodat ik wat op de hoogte kan blijven
?…….
Speciaal voor Willem ga ik weer bloggen. Dat besluit is vandaag genomen, en dat komt zeer goed uit in deze tijd van tentamens. Causaal verband? Natürlich nicht, niets fijner om deze verwaarloosde hobby weer eens gretig van stal te halen. Dus Willem, timmer en ‘help mijn man is klusser’ jij nog maar eventjes door aan je paleisje–in-spé, dan hamer ik hier ook wel vrolijk verder op m’n toetsenbord. Voor deze gelegenheid heb ik tevens al mijn oude blogmateriaal overgeheveld naar mijn nieuwe en vandaag officiëel gepresenteerde blogsite.
Een toost op alle voorgenomen feestjes! Op een blogvol 2010! Proost
Und noch ein uit de oude doos 2007: ‘Leave Martsje oer tútsjeboartsje’
Sitst earne mei, of hast fragen dy’t sels Google net beäntwurdzje kin, stel dan dyn fraach oan ‘Leave Martsje’. Sy sil dyn fraach mei respekt behannelje.
Leave Martsje,
Jo as earbere frou sil it lyk as my wol dreech fine om oer guon ûnderwerpen te praten. Dat is ek de reden dat ik my net direkt ta jo doar te rjochtsjen, mar myn tinzen oan it papier betrou, hoopjend dat jo, lyk as my, dit tema behannelje kinne sûnder sels mar stimbannen of in tong yn beweging hoege te setten foar my.
It sit sa, leave Martsje. Ik woe it graach mei jo oer ‘tútsjen’ hawwe. Ik bin troch al dat klefbekjen yn dizze tiid de trie wolris kwyt. Oeral sitte minsken mar op inoar om te hingjen en ik wit sa no en dan net mear hoe’t ik my gedrage moat yn ‘e mienskip fan tsjinwurdich, want elts ferwachtet wat oars fan my.
Sa wie ik fan it simmer mei it FYK nei Itaalje ta. Yn Nederlân hawwe wy leard dat we inoar altiten trije tuten jaan moatte as we inoar begroetsje, mar dêr by de Slovenen yn Itaalje jouwe se inoar mar twa tuten, wylst ik al hast mei de tredde oan de gong wie. Dat wie efkes wenne, mar dêrnei beperkte ik mysels ek gewoan ta ien tút op elts wang. Wol spitich hear, want guon jonges dêr hie ik bêst wat mear tútsjes jaan wold as twa fan dy suterige smokjes.
Op televyzje seach ik lêst dat as Eskimo’s inoar moetsje, dat hja dan efkes mei de noaskes tsjin inoar oan wriuwe om inoar witte te litten dat hja bliid binne om inoar te treffen. Ik moat der net oan tinke om dat mei myn lytse neefke Gorbe te dwaan. Dy snotjonge, hat altiten sa’n grouwe, griene bongel oan syn noas hingjen. Brrrrrrr, jakkes!!En ús muoike Gep hat sa’n grutte pûkel op har noas, mei in pear fan dy tsjûke, swarte hierren derút, dat dy wol ik ek leaver net tsjin myn reukorgaan oan hawwe te wrimeljen.
Douwe, myn âldste broer, hie it lêst mei syn maten oer ‘French Kissing’. Doe’t ik frege hoefolle tútsjes de minsken yn Frankryk inoar dan jouwe, moasten hy en de oare jonges wat gniffelje. Mar goed, dat sil ik dan meikoarten wol ris freegje by it FYK, want hja hawwe dêr in soad kennis lizzen oer de kultueren fan de ferskate lannen yn Europa.
It brike is dat ik as FYK lid net alles fan de Fryske kultuer wit, en dêrom doar ik myn fraach ek net lûd op te stellen. Foarige wike soe ik nammentlik ôfskie nimme fan ús pake en beppe doe’t ik by harren op ‘e kofje west hie. Ik wie fan doel en jou beppe trije tuten, mar hja raasde: ‘Trijntsje, Friezen tútsje mar ien kear! Doch net sa mâl mei dyn trije tuten’. Leave Martsje, ik wie fansels hielendal fan slach, want ik wist net dat Friezen harren eigen túttradysjes hienen. Op it ynternet kin ik der ek al neat oer fine. Kinne jo my út ‘e rie helpe en fertel my wêrom’t dy Friezen dan mar ien kear tútsje?
Tút fan Trijntsje
Bêste Trijntsje,
Kinstû dat boekje fan Geale de Vries ek: As jim tútsje wolle, dan gau? De titel is in útspraak fan in Fryske pontsjebaas, dy’t altyd sa’n argewaasje hie fan dy frekte Hollanners dy’t sa lang wurk hienen mei ôftútsjen fjardat se oan board kamen. En dêr hie dy pontsjebaas greut gelyk oan. Wy Friezen wolle dúdlikheid. It is òf fetsoen, òf it is passy. Ut fetsoen ien begroetsje kin wol koart troch de bocht. Poat út, efkes skodzje, klear. Tút op it wang, ek goed, net te folle omhaal, hatsee! As it inkeld mar om it fetsoen giet, hoeve je gjin oeren op in oar syn bakkes om te sobjen, no?
Passy is heul wat oars. As wy ienkear losgeane, hoeha! Dû hiest it wol oer in French kiss, mar dat is neat by wat myn Durk saterdeis mei my docht. Of ús omke Gurbe eartiids achter it hok. Of Melle fan ‘e slachter nei skoaltiid. Of gekke Harmen yn ‘e tsjerkebanken. Of dûmny doe’t ik him fan ‘e moarn yn it park tsjinkaam. Niis wied er oars al wer oer syn omkesizzer Boukje gear, dy kin der ek net sêd fan. Klearebare passy hjir yn ‘e Wâlden! Kom hjir ek ris hinne ast dy tekoart dien fielst, dûmny hat fêst noch wol in fingerke frij, en oars har ik noch wol in pear broerkes dy’t dingen úthelje kinne dêr’tstû net iensen fan dreame kinste. Neffens my taalst dan noait wer nei dat domme wankjegeslobber fan dy Hollanners. En as sa’ntes dan ris tsjin dy seet dat wy hjir yn Fryslân kâlde kikkerts binne mei ús iene tútsje, dan wytstû wol better!
Martsje
(Duo writing mei Henk W.)
Uit de oude doos van 2007: ‘Leave Martsje’
Sitst earne mei, of hast fragen dy’t sels Google net beantwurdzje kin, stel dan dyn fraach oan ‘Leave Martsje’. Sy sil dyn fraach mei respekt beantwurdzje.
Leave Martsje,
Al in skoft sit ik mei in ôfgryslik grut probleem dêr’t ik net goed mei om wit te gean en dêr’t ik mei nimmen oer doar te praten. Mar om’t ik wit dat myn fragen by jo feilich binne, fertrou ik myn tinzen oan jo ta.
It sit sa. Troch myn útwiksels mei it FYK kom ik yn ‘e kunde mei in soad oare minsken yn it bûtenlân. Fan harren lear ik in soad, mar oer ien ding binne hja it net mei inoar iens, nammentlik oer dé oplossing foar in kater. (Hoe hjit soks eins yn it Frysk: ik haw in boarre?)
Guon minsken sizze dat kofje jo der wer hielendal boppe op helpt, wylst oaren sizze dat jo just gjin kofje drinke moatte, mar in soad wetter en sap. Oaren swere by in aspiryntsje. Lêsten lies ik in artikel oer de minsken yn it suden fan it lân dy’t oan karnaval dogge. Sein waard dat kola en in hjerring jo wer sûn makket. Yn guon noardlike lannen swarre se by it drinken fan molke of it iten fan hunich foar it sliepen.
Myn fraach is: wat wurdt yn Fryslân eins sjoen as dé oplossing foar de swiere holle nei in jûntsje drinke yn ‘ e kroech? Hoe gienen ús pakes en beppes dêr mei om?
Ik hoopje dat jo myn fraach beantwurdzje kinne.
Groetnis, Berend B.
Berend, dû domme sûch!
Der is in heule simpele oplossing fjar dyn probleem, hete! Moatst gewoan net safolle sûpe. Us mem sei altiten al tsjin my, se sei fan: Martsje, bliuw út de buert fan sûplappen. En dêr hie ús mem grut gelyk oan. Oe jonge ja! Se sei: in feent om drank ferlegen, dy bringt triennen yn de egen. Us heet dat wie ek al sa’n drankoargel, dat wolst net wite, jong. Alle saterdeis en bytiden de sneens ek in healmingel jenever en twa kratsjes bier derachteroan. Net dat ús mem der fij fan wie, hear. In mins moat him oanpasse, is ’t net sa, sei se dan. Der is raar op ús ombruid doe’t ús Pibe en ik lyts wiene. Kinst it oan myn noas noch wol sjen, al kin dat ek komme fan dy kear dat Jabiks Diuwke my mee har man yn it hea trapp… eh no ja, lit dat ek mar gewurde.
Mar hee, Berend, ast it sûpen dan net litte kinst, hin, praat dan ris mei doomny. Sjoch, yn de hannen fan ‘e HEARE is altiten rêding. En dan net by dy frekte roomsen, want dy sûpe ek as wiene it Harrekiten. Nee, slút dy oan by de Pinkstergemeente, krekt lykas ik. Martsje, sizze se alle snenen, Martsje, wat hastû it toch troffen datst de HEARE foon hast. En as ik dan mee it ponkje omgon en de helte is fjar doomny en de oare helte is fjar Martsje, dan tink ik: ja, ik har it heul bêst troffen. En dy’t der wat fan sizze wol, kin derom tinke, want dan is er by de fermisten.
No, popke fan my, sis noch mar efkes in gebedsje fjar my op omdat ik dy sa goed holpen haw. En meitsje dan fjort efkes 350,- eury op myn bankrekken 666.666.666 by de Rabobank oer, dan moat it allegearre goedkomme. Of kom oars neeë wike saterdei efkes del, dan har ik myn ferjierdei. Kinst fjort in bearenburchje meedrinke.
Dikke tút fan Martsje
(Duo writing mei Henk W.)
Uit de oude doos van 2007: ‘Leave Martsje’
Sitst earne mei, of hast fragen dy’t sels Google net beantwurdzje kin, stel dan dyn fraach oan ‘Leave Martsje’. Sy sil dyn fraach mei respekt beantwurdzje.
Leave Martsje,
Al in skoft sit ik mei in ôfgryslik grut probleem dêr’t ik net goed mei om wit te gean en dêr’t ik mei nimmen oer doar te praten. Mar om’t ik wit dat myn fragen by jo feilich binne, fertrou ik myn tinzen oan jo ta.
It sit sa. Troch myn útwiksels mei it FYK kom ik yn ‘e kunde mei in soad oare minsken yn it bûtenlân. Fan harren lear ik in soad, mar oer ien ding binne hja it net mei inoar iens, nammentlik oer dé oplossing foar in kater. (Hoe hjit soks eins yn it Frysk: ik haw in boarre?)
Guon minsken sizze dat kofje jo der wer hielendal boppe op helpt, wylst oaren sizze dat jo just gjin kofje drinke moatte, mar in soad wetter en sap. Oaren swere by in aspiryntsje. Lêsten lies ik in artikel oer de minsken yn it suden fan it lân dy’t oan karnaval dogge. Sein waard dat kola en in hjerring jo wer sûn makket. Yn guon noardlike lannen swarre se by it drinken fan molke of it iten fan hunich foar it sliepen.
Myn fraach is: wat wurdt yn Fryslân eins sjoen as dé oplossing foar de swiere holle nei in jûntsje drinke yn ‘ e kroech? Hoe gienen ús pakes en beppes dêr mei om?
Ik hoopje dat jo myn fraach beantwurdzje kinne.
Groetnis, Berend B.
Berend, dû domme sûch!
Der is in heule simpele oplossing fjar dyn probleem, hete! Moatst gewoan net safolle sûpe. Us mem sei altiten al tsjin my, se sei fan: Martsje, bliuw út de buert fan sûplappen. En dêr hie ús mem grut gelyk oan. Oe jonge ja! Se sei: in feent om drank ferlegen, dy bringt triennen yn de egen. Us heet dat wie ek al sa’n drankoargel, dat wolst net wite, jong. Alle saterdeis en bytiden de sneens ek in healmingel jenever en twa kratsjes bier derachteroan. Net dat ús mem der fij fan wie, hear. In mins moat him oanpasse, is ’t net sa, sei se dan. Der is raar op ús ombruid doe’t ús Pibe en ik lyts wiene. Kinst it oan myn noas noch wol sjen, al kin dat ek komme fan dy kear dat Jabiks Diuwke my mee har man yn it hea trapp… eh no ja, lit dat ek mar gewurde.
Mar hee, Berend, ast it sûpen dan net litte kinst, hin, praat dan ris mei doomny. Sjoch, yn de hannen fan ‘e HEARE is altiten rêding. En dan net by dy frekte roomsen, want dy sûpe ek as wiene it Harrekiten. Nee, slút dy oan by de Pinkstergemeente, krekt lykas ik. Martsje, sizze se alle snenen, Martsje, wat hastû it toch troffen datst de HEARE foon hast. En as ik dan mee it ponkje omgon en de helte is fjar doomny en de oare helte is fjar Martsje, dan tink ik: ja, ik har it heul bêst troffen. En dy’t der wat fan sizze wol, kin derom tinke, want dan is er by de fermisten.
No, popke fan my, sis noch mar efkes in gebedsje fjar my op omdat ik dy sa goed holpen haw. En meitsje dan fjort efkes 350,- eury op myn bankrekken 666.666.666 by de Rabobank oer, dan moat it allegearre goedkomme. Of kom oars neeë wike saterdei efkes del, dan har ik myn ferjierdei. Kinst fjort in bearenburchje meedrinke.
Dikke tút fan Martsje
(Duo writing mei Henk W.)